Er was nog een vierde uitspraak CRvB: resultaatsfinanciering

Het nieuws staat bol van de drie uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 18 mei 2016 over de huishoudelijke hulp. Collectieve voorzieningen zijn niet zomaar mogelijk en de gemeente mag niet zomaar een bedrag aan een burger geven en er dan vanuit gaan dat de compensatie is geregeld. Maar de CRvB deed nog een vierde uitspraak op 18 mei 2016. Deze uitspraak kreeg veel minder aandacht in de media, maar heeft veel verstrekkender gevolgen voor de inkoop van sociale diensten. Die inkoop is waar veel gemeenten en zorgorganisaties nu weer mee bezig zijn.

In de vierde uitspraak oordeelde de CRvB dat toekenning van huishoudelijke hulp in resultaatsgebieden een duidelijke maatstaf mist (http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2016:1491). De Beleidsregels van de gemeente Rotterdam, maar ook de beschikking aan de burger verschaffen onvoldoende inzicht in de vraag hoe(!) de gemeente de toegekende resultaatsgebieden denkt te bereiken. Ook is onduidelijk hoe de te behalen resultaten kunnen leiden tot een als compensatie te kwalificeren resultaat van de huishoudelijke hulp (“een schoon en leefbaar huis”). Die duidelijkheid ontstaat ook niet door het samen met de beschikking toesturen van een budgetoverzicht. In dat budgetoverzicht staat niet de concrete hoeveelheid zorg omschreven die de burger moet krijgen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de bestreden beschikking terecht vernietigde wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank voorzag in de zaak op de wijze gangbaar in het Wmo beleid voor de aanpassing naar resultaatsgebieden. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan.

De bestuursrechtelijke relatie inwoner en gemeente staat in principe los van de (vaak) privaatrechtelijke relatie tussen zorgorganisatie en gemeente. Veel gemeenten en zorgorganisaties werken in de inkoop aan resultaatsgerichte financiering. De gemeente koopt dan geen producten en/of uren in, maar resultaten. Voor het leveren van deze resultaten spreken gemeenten en zorgorganisaties dan over het algemeen een bedrag af per vier weken dat voor elke individuele inwoner gelijk is. Resultaatfinanciering staat daarom ook wel bekend als trajectfinanciering. Het idee achter deze contracten is dat de gemeente de zorgorganisaties en de inwoners de vrijheid geeft binnen de beschikte resultaten zelf invulling te geven aan de zorg. Het nadeel van deze vorm van financieren is echter dat binnen het bedrag per inwoner de zorgorganisatie onder financiele druk zal proberen ofwel lagere deskundigheid in te zetten (dat kost minder) of minder uren. Nu de hoogste rechter in de bestuursrechtelijke relatie tussen gemeente en inwoner heeft vastgesteld dat de gemeente ook altijd het hoe moet benoemen, zet dit de resultaatsfinanciering in de contracten direct onder druk. Als de gemeente niet meer kan garanderen dat zorgorganisatie de vrijheid krijgen met deskundigheid en uren "te schuiven", dan zullen zorgorganisaties niet meer voor de voorgestelde trajectprijzen willen werken aangezien daar vaak een bezuiniging in is verwerkt.

Juist met deze vierde uitspraak zullen veel gemeenten en zorgorganisaties die middenin hun inkoop zitten en bezig zijn met transformeren terug moeten naar het tekenbord. Aboukir & Robbe Advocaten kan gemeenten en zorg- en welzijnsorganisaties helpen bij het onderhandelen over en opstellen van solide contracten en financieringsvormen in het sociale domein. Als één van de weinige kantoren hebben wij ervaring met alle bekostigingsvormen in het sociale domein en bijbehorende contracten (beschikbaarheid, prestatie, resultaat, populatie). Neem contact op met Tim Robbe voor meer informatie.